9 leugens die schrijvers geloven

De tijd van de goede voornemens komen eraan en dat betekent meestal dat de tijd van smoesjes om die voornemens weer te vergeten niet snel weg is. Heb jij ook moeite met het volhouden van goede voornemens? Door deze vijf leugens niet te geloven, voorkom jij dat je dit jaar afhaakt.

1. Je moet geïnspireerd zijn om te kunnen schrijven

Nee, je hoeft je helemaal niet geïnspireerd te voelen. Het enige dat je moet doen, is gaan zitten en schrijven. Natuurlijk is het fijn als je vingers moeiteloos over het toetsenbord vliegen en je handen je hoofd nauwelijks bij kunnen houden, maar nodig is het zeker niet. Die leugen van inspiratie vertel je jezelf alleen maar om niet aan het werk te hoeven. Het is een drempel om niet voor kwantiteit te zorgen. Begin, hou vol en de inspiratie volgt –als kers op de taart- vanzelf.

2. Ooit schrijf ik een boek

Wanneer ooit? Waarom niet nu? Veel mensen zeggen dat ze aan een boek werken of dat ze een boek gaan schrijven, maar hoeveel mensen doen het ook daadwerkelijk? De kloof tussen denken en doen blijkt vrij groot bij het schrijven van een boek en vaak blijft het een droom. Wil jij er realiteit van maken? Haal het ‘ooit’ dan weg, maak er nu van en begin met de eerstvolgende actie die je moet doen om te beginnen. Maak een plan, hou je eraan en maak je droom werkelijkheid.

3. Je moet het (meteen) goed doen

Een eerste versie is niet voor niks een eerste versie. Die moet fouten bevatten, slordigheden en kromme zinnen. Niemand schrijft een perfecte eerste versie. Een eerste versie is een aanzet, een schets, een poging, niet meer en niets minder. Een gemiddeld boek heeft minstens zes versies gehad voor het in de boekhandel verschijnt, maar vaak zijn het er nog veel meer. Schrijven is schaven, dus blokkeer niet bij versie één….dat is slechts het begin.

4. Succes is alleen weggelegd voor sommige, zeer getalenteerde mensen

Onzin. Er bestaan geen, wat ze in Engeland noemen ‘overnight’ successen. De meeste succesvolle schrijvers werken al jaren op de achtergrond aan hun materiaal. Ze hebben geoefend, geschaafd, gepolijst, geprobeerd en aangepast. Met alleen talent kom je er niet. Succes is altijd een combinatie van talent en urenlange oefening.

5. Echt succesvolle schrijvers publiceren al hun boeken

Helaas, dat is niet het geval. Zelfs prijswinnende auteurs hebben wel eens een boek dat niet aanslaat of dat de uitgever niet ziet zitten. Er zijn zat manuscripten van bekende schrijvers die de boekhandel niet halen. Waarom ze toch beroemd zijn? Omdat ze dan het bijltje er niet bij neergooien en doorzetten.

6. Met boeken schrijven kun je je brood niet verdienen

Natuurlijk, historisch gezien, zijn er heel wat bekende, maar straatarme schrijvers geweest in de afgelopen eeuwen. Maar juist in deze tijd is het gemakkelijker dan ooit voor schrijvers om hun brood te verdienen met hun passie. Schrijvers en hun bijbehorende inkomens zijn er in alle soorten en maten, maar dankzij de (al eerder genoemde) netwerksamenleving kun je als schrijver nu beter dan ooit je lezer bereiken en contact onderhouden en een groep vaste lezers opbouwen die zorgen voor een structureel inkomen.

7. Het is gewoon te moeilijk

Ja, een boek schrijven is niet altijd eenvoudig. Sterker nog: soms zie je door de bomen het bos niet meer en niets is zo frustrerend als jezelf afvragen waar je ook alweer de afgelopen weken mee bezig was geweest. Maar serieus…is het echt te moeilijk of is dat een smoesje dat je jezelf vertelt om het bijltje erbij neer te gooien? De twijfel of je wel het goede schrijft en of je werk wel de moeite waard is, is een blijvende eigenschap die zelfs extreem succesvolle schrijvers bezitten. Leer ermee te leven en laat je er niet door tegenhouden. Je kunt het, je moet het alleen nog doen.

8. Het gaat er niet om wat je kunt, maar wie je kent

Natuurlijk, in een netwerksamenleving, helpt het om de juiste mensen te kennen. Kortere lijnen kunnen de weg naar succes versnellen. Maar een goed netwerk is niets waard als je niet goed schrijft. Dan worden je boeken uiteindelijk niet gelezen en ook niet (meer) verkocht. Heb je geen goed netwerk, dan kan het langer duren voor je talent wordt opgemerkt, maar ondenkbaar is het zeker niet. De basis van een lange, stabiele en succesvolle carrière is nog steeds een bak aan talent en doorzettingsvermogen. Zorg ervoor dat je goed wordt en je werk wordt vanzelf opgemerkt. Blijf gewoon schrijven!

9. Ik kan dit alleen

Dat klopt. Je kunt in je eentje een boek schrijven en daar heb je niemand bij nodig. Waarom is dit dan toch een leugen? De waarheid is dat de meeste schrijvers op deze wereld hun boeken vol goede moed beginnen, maar nooit afmaken. Hartstikke jammer, want zo eindigen er veel veelbelovende, maar onafgemaakte boeken in la’s of papierbakken. Wat is het verschil tussen de schrijvers die hun boeken afmaken en diegenen die dat niet doen? De afmakers schrijven niet alleen. Ze hebben mensen die hun helpen: familie en vrienden, schrijfbuddies of een coach. Een boek schrijven is een lang proces dat je nauwelijks in eenzaamheid kunt doen, dus zorg voor een omgeving die met je mee schrijft, al is het maar in energie.

Om te bloggen hoef je niet (écht) goed te schrijven

Niet de beste schrijver, maar toch een fantastische blogger worden? Dat kan!
Er zijn genoeg mensen die graag willen bloggen, maar niet beginnen, omdat ze denken dat ze niet goed genoeg schrijven. Natuurlijk is het handig als je een vlotte pen hebt, maar goede bloggers hebben meer nodig én…er zijn trucjes om dat schrijven minder belangrijk te maken. Vind je schrijven echt verschrikkelijk? Dan is het niet handig om eraan te beginnen, maar vind je het leuk: kijk dan snel verder naar de tips!

1. Focus op je publiek

Een blogger die minder goed schrijft, maar zijn publiek kent en weet wat dat publiek wil, zal succesvoller zijn dan de beste schrijver die de behoeften van zijn publiek niet kent. Waarom? Lezers zijn verwend, er zijn immers duizenden blogs die ze kunnen lezen, dus als de content niet precies aansluit bij hun behoeften haken ze af. Vorm en een fijne schrijfstijl helpen om de juiste inhoud voor het voetlicht te brengen, maar zonder de juiste content ben je nergens. Focus je dus op de behoefte van je lezers en zorg dat je daaraan kunt voldoen.

2. Maak lijstjes

De meest populaire vorm van blogposts is nog altijd: het lijstje. Door een stap-voor-stap beschrijving of een opsomming te geven, hoef je niet veel te schrijven en kun je de oplossing voor het probleem van de lezer simpelweg in bulletpoints vatten. Succes verzekerd :-).

3. Gebruik goede titels

Een van de grootste teleurstellingen voor lezers is om een artikel te lezen met een geweldige titel en een slechte blog. Maar heb je een matige blog, dan kan een geweldige titel wonderen doen. Op die manier val je toch positief op en is je post dankzij de (toch nog) matige inhoud de moeite waard om te delen.

4. Gebruik veel foto’s en video’s

Heb je niet zo’n soepele pen, kijk dan waar je wel goed in bent. Misschien heb je geweldige fotografieskills, ben je een geboren vlogger of juist goed met grafisch design. Maak daar dan gebruik van en kies tekst vooral als ondersteuning van je beeldmateriaal. Nog twee voordelen: mensen worden steeds visueler en de meerderheid van de bezoekers bekijkt blogs via mobiele apparaten… en laat daar beeld juist perfect geschikt voor zijn.

5. Schrijf over waar je verstand van hebt

Als je veel weet over een onderwerp, dan ben je er meestal gepassioneerd over. Die passie klinkt door in je blog en zorgt er direct voor dat hij aan kwaliteit wint.

6. Hou vol

Het succes van een blog komt soms op onverwachte momenten. Het zou niet de eerste keer zijn dat je een blog publiceert die nauwelijks bezoekers trekt, maar een tijdje later opeens populair wordt. Kwaliteit wordt vroeg of laat altijd erkent, dus hou vol en blijf kwaliteit leveren, dan is de kans op succes groot.

7. Leer bij en vraag hulp

Soms ben je ergens niet goed in, maar dat wil niet zeggen dat je er niet goed in kunt worden. Met de juiste hulp van een goede schrijver, leer je de tips en tricks die je nodig heb, ontdek je de zwakke plekken in je eigen teksten en krijg je hulp bij hoe je die kunt omzeilen.

Kortom: wees creatief, investeer een beetje in je schrijfkunsten en niets weerhoudt je er nog van een goede blogger te worden! Wat denk jij?

Liefs,

Joyce

Make love to the camera

Je hebt mensen die hebben het van nature: er hoeft maar een camera in beeld te zijn en ze draaien hun hoofd licht, kantelen hun lichaam in de perfecte hoek en dragen zonder moeite een killer smile of een nonchalante glimlach. Aan mij is dat niet besteed. Als ik op de foto moet, dan heb ik eerst alle alternatieven onderzocht om dat te voorkomen en vervolgens denk ik er dagen aan: welke locatie, wat trek ik aan en hoe moet het er uit zien. Om inspiratie op te doen, sta ik dan uren in de kledingkast (met als resultaat dat die grote tas met spullen nauwelijks gebruikt wordt ‘on set’, omdat dat ene simpele bloesje toch het mooiste blijkt) en struin ik al net zo lang rond op Pinterest om het af te kijken van de pro’s.

Gelukkig is er een ding nooit het probleem: het vinden van de juiste fotograaf. Sinds mijn eerste fotoshoot voor Spotlight kan ik altijd terecht bij Joost Ritzen van Zips-fotografie, die alleen maar moet lachen om mijn hysterische voorbereiding en frisse tegenzin. Voor deze website én het nieuwe boek was het afgelopen week weer raak: er moesten nieuwe foto’s komen, dus shooting time. Bij de meest bijzondere plek in Maastricht (biologisch restaurant Bijzonder, aanrader!) werden we door gastvrouw Dimitra ontvangen met drankjes en zelfgemaakt bananenbrood met notenpasta. En na uren met mij opgescheept te zitten (incl. gefoeter, rollende ogen en gecontroleer na iedere pose) stonden ze erop. Je kunt zelf op deze site zien hoe het is geworden. Of ik nu van mijn camera-angst af ben? Zeker niet, maar met de juiste fotograaf en de meest relaxte locatie, gaat het tegenwoordig bijna vanzelf ;).

Liefs,

Joyce

3 tips om succesvol te zijn tijdens NaNoWriMo

Waarschijnlijk heb je er ooit van gehoord: NaNoWriMo. Deze afkorting, op twitter trending topic met de bijbehorende haghtag, komt sinds 1999 ieder jaar in november terug. Tijdens deze speciale schrijversmaand (NaNoWriMo staat voor: National Novel Writing Month), gehouden in november, gaan schrijvers over de hele wereld de uitdaging aan om zoveel mogelijk te schrijven in één maand. Waarom? Om een nieuw project te starten of een ouder, vastgelopen boek nieuw leven in te blazen. En waarom bestaat het en is het al jaren een succes? Schrijven is een eenzame bezigheid en vaak kan het je aan kennis, discipline of doorzettingsvermogen ontbreken om verder te gaan met je boek. Tijdens NaNoWriMo schrijf je samen of werk je tegelijk waardoor er een saamhorigheidsgevoel ontstaat. Je begint allemaal tegelijk op 1 november en probeert voor de maand eindigt zoveel mogelijk woorden op papier te zetten (het doel is 50.000). Die voortgang hou je bij: voor jezelf of in een van de online groepen of op social media.

Nederland

NaNoWriMo is, zoals de naam al doet vermoeden, een Amerikaanse uitvinding (kijk voor meer info op: http://nanowrimo.org/), maar ook in Nederland heeft het fenomeen genoeg bekendheid. Zo is er een Nederlandse website en zijn er op de sociale platformen genoeg groepen te vinden die elkaar online coachen of zelfs offline afspreken om tegelijk te schrijven. Kortom: doe je mee aan NaNoWriMo, dan schrijf je in november niet alleen!

Hoe doe je het op de juiste manier?

50.000 woorden in een maand is niet niks. Afhankelijk van je genre is het meer dan een halve roman, een korte Young Adult of een complete verhalenbundel. Schrijf je geen fictie maar non-fictie of bijvoorbeeld columns of blogs, ook dan kun je natuurlijk meedoen. Zo leg je in een maand tijd een geweldige voorraad aan. Maar hoe zorg je er nou voor dat je het maximale uit je maand haalt? Met deze drie tips zorg jij ervoor dat je niet faalt:

1) Zorg voor een plan

Als schrijfcoach zie ik twee soorten schrijvers: de intuitieve schrijvers die ergens beginnen en wel zien waar hun inspiratie hen brengt en de planmatigere schrijvers die voor ze beginnen een plan maken. Mijn ervaring is dat die laatste groep veel vaker succesvol is in de afronding van het boek dan die eerste groep. Misschien ben je niet zo’n planner, maar een boek is een groot project (zelfs als je het in een maand wil doen) en een plan voor een boek kun je vergelijken met een landkaart: het helpt je om dichter bij je doel te komen als je onderweg even niet meer weet waar je bent.
Wat zit er in elk geval in een plan:
* Premisse: dit is het basisidee en het fundament van je boek. In fictie is dit een samenvatting van één zin die de plot van het verhaal vertelt. In non-fictie is het een samenvatting van 1-3 zinnen die je belangrijkste bewering vertelt.
* USP: oftewel je ‘unique selling point’. Dit is klinkt als een marketing of verkoopterm (en dat is het ook ;)) maar het is belangrijk omdat de USP jou laat nadenken over wat er uniek is aan jouw boek (waarom is het anders dan andere boeken?) en wat het de moeite van het lezen waard maakt. Als je dat voor jezelf weet, weet je ook altijd waar je werk aan moet voldoen.
* Outline: een outline is de grove plotlijn van je boek. Hierin komen een paar belangrijke momenten naar voren, zoals het begin, het eerste incident dat zich voortdoet en de rest van het verhaal in werking zet, maar ook pogingen en tegenslagen van de hoofdpersoon en natuurlijk het belangrijkste punt: de climax.
Het is belangrijk dat je dit plan afhebt voor je op 1 november begint, dan kun je direct aan de slag!

2) Zorg voor een team

De meeste grote schrijvers hebben het helemaal niet alleen gedaan. Ze kregen hulp van redacteuren, coaches, mentoren en collega’s. Misschien heb jij die niet, maar NaNoWriMo geeft je juist die kans om deze mensen om je heen te verzamelen. Zoek op de website van NaNoWriMo naar mensen die je kent of uit je omgeving en help elkaar op de momenten dat het moeilijk gaat en geef elkaar advies en inspiratie. Uiteraard hoef je deze nieuwe groep na november niet vaarwel te zeggen. Als het klikt kunnen jullie elkaar blijven stimuleren.

3) Zorg voor ritme

Een van de belangrijkste en meest onderschatte zaken in schrijven en productiviteit is ‘flow’. Flow is het gevoel dat alles vanzelf gaat en dat je zo geconcentreerd aan het werk bent, dat je pas uren later weer op de klok kijkt. Flow komt echter niet vanzelf, dat moet je oproepen. Een van de beste manieren om dit te doen is ritme: zorg voor een terugkerende manier van werken, zodat je hersenen snel snappen dat ze moeten opletten en in de schrijfmodus moeten gaan. Hoe doe je dat?
• Zorg ervoor dat je nooit twee dagen achter elkaar je schrijfafspraak (die je met jezelf of anderen hebt gemaakt) mist. Soms kan het voorkomen dat je een dag niet kan schrijven, zelfs niet heel even. Dat gebeurt. Probeer juist dan om de volgende dag het ritme weer op te pakken. Als je twee dagen achter elkaar over slaat dan ben je eruit en wordt het heel gemakkelijk om te stoppen en moeilijk om weer te starten.
• Focus op het gevoel dat je hebt als je schrijft. Als je handen over het toetsenbord vliegen, dan geeft dat een bepaalde cadans. Probeer deze cadans zo min mogelijk te onderbreken. Zo gauw je stopt met typen, stopt je hoofd. Zo lang je typt, blijft je flow in stand.
• Verander de kleur van je lettertype naar lichtgrijs. Heb je last van een intern stemmetje dat je vertelt dat het niks is dat je hebt opgeschreven en ben jij je grootste criticus? Dan kun je uit je flow gebracht worden door wat je hebt opgeschreven. Om dat stemmetje het zwijgen op te leggen, is het handig om de kleur van je tekst te veranderen naar iets dat je slecht kan zien, bijvoorbeeld lichtgrijs. Op die manier wordt je niet afgeleid door wat er al staat en kun je je focussen op wat er nog komt.
• Meet en weet: hou het aantal woorden bij dat je per uur schrijft. Op die manier weet je wat je gemiddelde schrijftempo is en kun je dat vasthouden of verbeteren. Natuurlijk is schrijven geen wedstrijdje om snelheid, maar tijdens NaNoWriMo ligt de focus op productie draaien…december is de ideale maand voor reflectie en herschrijven. Want denk maar zo…een niet bestaande tekst kun je niet aanpassen, dus hup: aan de slag!

Succes!

Liefs,

Joyce

Goed bloggen? 3 manieren voor de perfecte eerste indruk

We weten het allemaal: de eerste indruk telt. En het lastige is: je kunt hem maar een keer maken, dus het is heel belangrijk dat die eerste indruk goed is. Heel goed, want onze lezers zijn kritisch.

Heb je al een blog? Open dan je site en kijk er eens kritisch naar. Hoe is je ontwerp? Staan er mooie video’s of foto’s op? Hoe is het design? Hoe lezen de teksten?

‘Like it or not’, zeker online is de eerste indruk vaak een visuele. Ziet een blog er amateuristisch uit, dan gaan we ervan uit dat de inhoud niet veel voorstelt. Is een blog mooi vormgegeven en heeft het een professionele look & feel, dan nemen we de moeite om verder te kijken. Dat is misschien niet helemaal eerlijk, maar wel hoe het werkt: we do judge a blog by it’s cover.

Gelukkig is het helemaal niet zo ingewikkeld om je website een ‘extreme make-over’ te geven als dat nodig is. Waar begin je?

1. Zorg ervoor dat je blogs gemakkelijk te lezen zijn. Teksten die niet fijn lezen worden niet goed gelezen, niet gedeeld en zijn dus niet succesvol.

Wat kun je eraan doen?

  • Zorg altijd voor donkere tekst op een lichte achtergrond. Kies nooit voor een donkere achtergrond met lichte tekst, daar worden lezers niet blij van.
  • Zet geen afbeelding achter je tekst: deze leiden af van de tekst en duren vaak lang om te laden. De snelheid van je site is belangrijk voor de lezer.
  • Online lezen is lastiger dan op papier, dus ga voor een groter lettertype dan je normaal zou doen. Natuurlijk hangt de ideale grootte van je gekozen lettertype af, maar 14 is een goed startpunt.
  • Over lettertypes gesproken: functionaliteit wint het altijd van ‘fancy’. Gebruik de bijzondere lettertypes wel in kopjes, maar zorg voor een simpel en clean lettertype voor de langere teksten.
  • Wees ook beperkt in het aantal lettertypes dat je gebruikt. Twee verschillende maakt je site speels, twintig verschillende zorgt voor een onoverzichtelijke warboel.
  • Gebruik je linkjes in je tekst? Goed idee, maar zorg dat ze onderstreept zijn, zo herkennen lezers ze direct als links.
  • Kies voor korte paragrafen, dat maakt het lezen online gemakkelijker.
  • Vermijd heel wijde of smalle kolommen. Kolommen met een gemiddelde breedte van 450-550 pixels werkt het best.

2. Zorg voor een professioneel design
Voor een professioneel design hoef je geen bakken met geld uit te geven. Voor een paar tientjes koop je een goed ontwikkeld WordPress design dat je mooi vind en voldoet aan je wensen. Wanneer je dat uploadt naar je site, ziet je blog er direct mooi uit, zonder dat je daar een dure webdesigner voor moet inhuren.

3. Communiceer duidelijk
Wil je met je blog iets bereiken: bijvoorbeeld dat blogs gedeeld worden via social media of wil je producten verkopen, zorg dan ook dat iedere pagina die je maakt dat duidelijk communiceert. Wat daarbij helpt zijn buttons die de lezer aanzetten tot actie (bijvoorbeeld; je aanmelden voor een nieuwsbrief of het kopen van een product). Hoe je het doel ook vormgeeft, zorg – voor je begint – dat jij bij iedere pagina helder hebt wat je ermee wilt bereiken.

Liefs,

Joyce

 

15 manieren om je schrijfproductiviteit te vergroten

Schrijven doen we graag, maar het liefst willen we toch in zo’n kort mogelijke tijd naar een bestseller toe werken. Toch verliezen we vaak veel tijd tijdens het schrijven. Waarom? Soms zijn we bang, moe of ‘hebben we geen tijd’ om serieus aan de slag te gaan. Op andere momenten begin je vol goede moed, maar merk je al snel dat je niet vooruit komt. Dit kun je voorkomen. Hoe? Dat lees je in de onderstaande 15 tips.

Ben jij net zo productief als je zou willen? Met deze checklist kom je erachter!

1. Wees je interne criticus voor en doe het meest belangrijkste als eerste
Veel schrijvers zweren erbij: schrijf zo vroeg mogelijk op de dag, liefst als je net wakker bent. Sommigen staan er zelfs eerder voor op. Natuurlijk hoef je niet op zaterdagochtend om 6 uur je bed uit om het beste uit je schrijfdag te halen, maar als je kunt schrijven vóór je iets anders gaat doen (zelfs voor het douchen of het ontbijt), dan heb je daar de hele dag plezier van. Waarom? Je kritische brein heeft even nodig om wakker te worden. Door die interne criticus geen kans te geven, schrijf je ‘s ochtends gemakkelijker door en erger je je niet aan kleine fouten.

2. Schrijf met een timer op de achtergrond
Ik ben een groot van van de Pomodoro-techniek. Dit houdt in het kort in dat je in korte sessies heel gefocust werkt. De standaard pomodoro tijd is 25 minuten werken en 5 minuten pauze, waarna je met een tweede sessie begint, maar je kunt die tijdstippen natuurlijk net zo makkelijk verlengen tot jouw gewenste concentratietijd. In die 25 minuten doe je niets anders dan schrijven: geen email, geen Facebook, geen internet, zelfs geen push-ups of pauzes voor koffie of thee. Je kunt kiezen voor een Pomodoro App op je telefoon of op je laptop/pc, maar natuurlijk ook voor een ouderwetse eierwekker, zolang je maar iedere afleiding vermijdt zolang de timer loopt. Erger je je aan het getik? Via de app kun je het geluid ook uitzetten (het gaat pas af wanneer de tijd verstreken is). Ik merk dat het getik juist stimulerend werkt, als een soort Pavlov-effect: tikt de wekker, dan weet ik wat me te doen staat.

3. Beloon jezelf!
Heb je je doel behaald en je Pomodorosessie succesvol afgerond of je woorddoel van de dag behaald? Beloon jezelf dan met iets dat je leuk vind (denk aan surfen over het internet, het zetten van een kop verse koffie of het checken van je Facebook). Let op: zet ook hier weer de timer, anders ben je jezelf een uur later nog steeds aan het belonen ;-).

4. Vergeef jezelf!
Natuurlijk, het is fijn wanneer je probleemloos je doel behaalt, maar dat lukt niet altijd. Soms haal je, om welke reden dan ook, een dag niet het resultaat dat je voor ogen had. Dat gebeurt ons allemaal! In plaats van jezelf stenigen en de grond in praten hierover, werkt het veel beter om dat te accepteren en de volgende dag weer met goede moed aan de slag te gaan.

5. Maak een schrijf to-do list, iedere dag
Net als iedere andere activiteit in je leven, krijg je veel meer gedaan als je er ook een plan voor maakt. Er zijn honderden speciale apps of websites voor to do-lists zoals Wunderlist en Trello (mijn favoriet) die synchroniseren tussen al je schermen, maar een papiertje naast je laptop doet het even goed. Welke methode je ook kiest (digitaal of op papier), zorg ervoor dat je een dag- en een weekplan maakt, dan weet je waar je naartoe moet werken en zul je jezelf eerder pushen om die doelen te halen.

6. Zorg voor inspiratie
Schrijvers schrijven beter als ze omringd zijn door interessante (inhoud) en mooie (vorm) zaken. Dus zorg ervoor dat je geïnspireerd blijft: wandel meer en kijk om je heen, lees veel boeken, kijk goede films, luister naar muziek, ga naar concerten of theaters: dit is geen uitstelgedrag, op die momenten zorg je ervoor dat je ‘creatieve waterput’ gevuld blijft.

7. Kies je prioriteiten
Hoe suf het ook klinkt, om iets gedaan te krijgen, moet je weten wat je prioriteiten zijn: wat vind je echt belangrijk? Als je een schrijver wil zijn, zorg er dan voor dat je ook de tijd vrij maakt die het verdient. Als je je werk iedere dag vooruit schuift, word je geen schrijver. Je word schrijver door te schrijven, iedere dag een beetje. (Oefening voor als je dit moeilijk vindt: maak eens een lijst van de 10 activiteiten die belangrijk voor je zijn, waar zou je je tijd aan willen besteden of moeten besteden om je gewenste resultaat te halen? Maak daarna een lijst van de 10 activiteiten waar je de meeste tijd aan besteed. Komt deze lijst overeen dan zit je goed. Is dat niet het geval, kijk dan in de tweede lijst welke activiteiten je wilt vervangen door ontbrekende activiteiten van de eerste lijst. Zo kijk je misschien al gauw 15 uur per week ongemerkt tv, terwijl je daar ook makkelijk 10 van aan schrijven kunt besteden.)

8. Een leeg bureau en scherm doen wonderen
Hoe chaotisch je ook bent, je geest voelt zich het meest prettig bij een leeg (of op zijn minst opgeruimd) bureau. Een verhaal/boek schrijven is een ingewikkeld proces waarin je veel van je geest vraagt. Daarom is het belangrijk dat je zo min mogelijk afleiding en zoveel mogelijk overzicht hebt om je geest zijn werk te laten doen. Datzelfde geldt voor je bureaublad: hoe meer afleidende documenten in beeld, hoe makkelijker je afgeleid bent. De meeste schrijfprogramma’s zoals bijvoorbeeld Scrivener (mijn favoriet, waar ik mijn boeken in schrijf), maar ook een programma als Word heeft een modus waarin je alleen je letters in beeld ziet, zonder afleidende werkbalken. Kies tijdens altijd voor deze modus, dan is er niets dat je afleidt van je taak.

9. Breek grote taken op in kleine porties
Een schrijfproject is vaak een hele klus waar je niet zomaar mee klaar bent. Om ervoor te zorgen dat je de hoop niet bij voorbaat opgeeft of tussendoor vast komt te zitten omdat de rest van het werk als een berg op je afkomt, helpt het om taken op te knippen in kleinere porties. Zo kun je het schrijven van een fictieboek opknippen in: een thema kiezen, research doen, de personages verzinnen, de ruimte beschrijven en een outline schrijven. Vervolgens kies je ervoor om elke schrijfsessie een subdoel te hebben, bijvoorbeeld: een hoofdstuk of een aantal woorden per keer. Heb je die gehaald, kies je een nieuw subdoel.

10. Knip je taken op: eerst denken, dan schrijven
De tip die mijn productiviteit het afgelopen jaar het meest heeft ‘geboost’, is ‘eerst denken, dan schrijven’. Denken en schrijven, zijn namelijk processen die zich in twee verschillende hersenhelften afspelen. Door tussen het schrijven door steeds te denken, moeten je hersenen switchen tussen de twee helften: dat kost tijd en haalt je productiviteit omlaag. Wil je dus meer productiviteit? Denk van te voren na wat je wilt schrijven, doe je research en start met schrijven als je al weet wat er moet komen.

11. Blokkeer internet tijdens je schrijfsessie
Aangezien je je research al gedaan hebt, kun je deze smoes tijdens het schrijven niet meer gebruiken om toch je internet open te klikken. Wil je jezelf helpen, blokkeer dan je meest afleidende websites voor een de periode dat je schrijft. Op je laptop kan dat bijvoorbeeld door de website Cold Turkey te gebruiken. Deze site helpt je door de meest afleidende websites te blokkeren voor de tijd die jij ingeeft. Succes verzekerd ;-).

12. Eerst schrijven, dan herschrijven
Die innerlijke criticus: de een kan hem uitschakelen, de ander niet. Ik vind het zelf heel moeilijk en ben geneigd om iedere zin terug te lezen voor de (digitale) inkt droog is en ga direct aanpassen. Dat is een fijne tactiek, maar het draagt niet bij aan je productiviteit. Wil je meer doen in dezelfde tijd, kies er hier dan ook voor om processen te scheiden: eerst schrijven en pas als dat klaar is, herschrijven…mits je innerlijke criticus dat toelaat dan ;-).

13. Check email handmatig
Wat? Ja, dat kan. Als je kijkt naar je emailbox, dan is die vaak zo ingesteld dat alle emailtjes automatisch worden binnengehaald (of iedere 1 of 5 minuten). In het slechtste geval krijg je daar ook nog een akoestische of zichtbare melding van. Daar gaat je focus! Wil je tijd besparen, zet die automatische functie om emails binnen te halen dan uit en kies voor handmatig. Dan word je niet meer afgeleid door piepjes of oplichtende schermen en is er geen mail die je hoeft te checken tot je dat, na je schrijfsessie, weer zelf actief doet.

14. Lees meer boeken
Lezen terwijl je schrijft, kan een frustrerende bezigheid zijn: je leest zo’n goed boek dat je denkt dat je eigen werk niets meer waard is of je leest slechte boeken en wordt daardoor beinvloedt: allebei niet fijn. Toch is lezen terwijl je schrijft een aanrader. Waarom? Het zorgt ervoor dat die creatieve bronnen gevuld blijven en is een van de effectieve manieren om te relaxen. Toch bang voor te veel positieve of negatieve kruisbestuiving? Lees dan een ander genre dan je zelf schrijft.

15. Baaldag: ga voor de mini-sessie
Je kent het wel: je hebt dagen dat je echt niet wil beginnen, geen inspiratie hebt of er simpelweg de tijd niet voor vindt. Dan is de kans groot dat je je schrijfsessie helemaal overslaat. Geen goed idee, want overslaan zorgt ervoor dat opstarten de volgende keer nog moeilijker is. Hoe kan het wel? Schrijf de maximale tijd die je vrij kunt en wilt maken, al is het maar 5 minuten. Duik voor 5 minuten in je verhaal en stop dan, zelfs als er slechts één zin op papier staat. Zo kun je morgen weer gemakkelijker aan de slag.

Deze tips hebben allemaal te maken met drie dingen: focus, het verkleinen van je taken (en ze dus behapbaar maken) en het vormen van een gewoonte. Door een gewoonte te creëren met schrijven, zorg je ervoor dat je je comfortabel voelt in die situatie en als je je comfortabel voelt, wordt productief schrijven een stuk gemakkelijker. Write on!

Liefs,

Joyce

Wachten is het einde

Ik hou niet van wachten. En als ik zo om me heen kijk – meestal tijdens het wachten – dan ben ik niet de enige. Wachten is tijdsverspilling, wachten is saai, wachten is een vacuüm waar we niet in terecht willen komen. Daarom checken we het weer (op onze smartphone), appen we met vrienden (op onze smartphone), sturen we nog gauw een mailtje dat was blijven liggen (op onze smartphone), schrijven we een boodschappenlijstje (op onze smartphone) en laven we ons aan het laatste sterrennieuws (op onze smartphone). Dankzij onze telefoon hoeven we nooit meer te wachten. Alles gaat altijd door. Met welk project je ook bezig bent, welke radiozender, podcast of interview je ook wilt beluisteren: wachten hoeft niet meer nu er zoveel dingen altijd en overal beschikbaar zijn om te doen…tijdens dat wachten.

En daar begint het probleem. Als dat vervelende wachten aan zijn eind komt, geldt hetzelfde voor ons. Voor ik ’s ochtends mijn lenzen in heb, tuur ik door mijn bril naar Facebook, Twitter en mijn mail. Loop ik naar de trein, dan beluister ik of Giel nog iets leuks te melden heeft, in de trein zet ik een TedEx filmpje op dat precies even lang duurt als de reis (joy!) en op het moment dat ik het station bereik waar ik uitstap bel ik door mijn headset en wordt er aan de andere kant steevast geklaagd over ruis en wind op de achtergrond. Eenmaal op kantoor start ik mijn pc op. Dat duurt zo lang dat ik niet achter het scherm plaatsneem voor de juiste inlogschermen verschijnen, maar tussen het inloggen door hang ik mijn jas op, open ik de ramen, zet ik thee, praat ik met de poetsvrouwen op kantoor, maak ik alvast een to do lijst en check ik wederom mijn telefoon om mijn tijd als gevangen wachtende maar zo compleet mogelijk in te richten.

Het geval van al dat efficiënte gedoe is dat ik niet herstel. Er is nauwelijks tijd voor reflectie tijdens een dag, er is geen ruimte voor nieuwe ideeën, geen moment om eens om je heen te kijken of te ervaren. De uitdrukking ‘wait en see’ lijkt op een gewone doordeweekse dag op science fiction. En dat terwijl er weinig belangrijker is voor een schrijver dan dat tweede: ‘see’. Dus het wordt tijd dat mijn telefoon in mijn tas laat als ik loop, eens naar mijn omgeving kijk op het perron en eens simpel een stukje wandel zonder dat te combineren met iets anders. Pas dan zie je de voordelen van dat vacuüm in, want dat vervelende wachten is in werkelijkheid het einde.

Liefs,

Joyce

Fatal distraction

Het grootste voordeel van schrijven in de 21e eeuw (en leven in het algemeen) is het bestaan van internet. Dit magische medium weet alles en vertelt het je in een handomdraai. Wil je weten wat er in een sterrenrestaurant op het menu staat? Een druk op de knop en de meest actuele kaart verschijnt op je scherm. Hoe lang het lopen is van het station naar de bioscoop? Googlemaps vertelt het je in een handomdraai. Hoe je het beste wiet kan kweken, op welke manier je een XTC-lab in elkaar zet of welke pillen het meest effectief zijn tegen erectieproblemen: even browsen en de antwoorden verschijnen automatisch op je scherm. Kortom: het altijd beschikbare internet is de hemel voor de luie schrijver die er niet aan moet denken om bibliotheken af te struinen, apotheken te bellen met genante vragen onder het motto van ‘research’ of langs te gaan in schimmige kroegen. Je krijgt meer informatie dan je vroeg en een groot deel van de overbodige nieuwe kennis leidt weer tot nieuwe verhaallijnen. Kortom: ik zou niet willen ruilen met Charlotte Brontë, Charles Dickens of recenter Harrie Mulisch. Het is verbazingwekkend dat die mensen überhaupt nog tijd overhielden om te schrijven.

En toch is het internet op dit moment mijn grootste vijand. Want juist in die constante beschikbaarheid schuilt het gevaar. Mijn verslaving begint al in bed, luttele seconden na het openen van mijn ogen is het eerste waar ik naar reik mijn bril en het tweede de telefoon. Niet om te kijken hoe laat het is, maar om te checken wat de rest van de wereld op dat uur van de dag doet. En niet te vergeten al die uren dat ik in dromenland was. Want stel je voor je zou iets missen. En hoewel het me weinig uitmaakt of Kim Kardashian nu wel of niet zwanger is, wat mijn facebookvrienden als ontbijt hebben gegeten of hoeveel kilometer ze hebben hardgelopen nog voor de zon op was…ik absorbeer het als een uitgedroogde spons. Natuurlijk boeit het me niet of Barack het werkelijk ‘truly gezellig’ vond bij Mark en hoe erg ook, het conflict op de Krim of in Syrië is op geen enkele manier van invloed op mijn luxe dagelijkse bestaan. Het vervelende van al dat nieuws en die vergaarde kennis is dan ook dat je er niks mee kan doen. Het is fastfood voor je hersenen, in kant en klare bits en bites aangeleverd, om vervolgens als lege calorieën opgeslagen te worden in je hersenen.

De uitdaging nu is dan ook om te singletasken en om eens iets af te maken voor je vingertoppen, puur uit gewoonte afdwalen naar andere apps of websites. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik blijf het lastig vinden om op deze manier mijn productiviteit te verhogen. Gelukkig helpt het goede weer. Na de lunch is het warm genoeg in de tuin en hoewel ons tuinhuis van alle gemakken voorzien is, mist er een vitaal onderdeel dat nog wel eens mijn zegen kan zijn: Wifi. Zolang ik mijn telefoon en iPad in de keuken laat liggen, kan er vanmiddag niets mis gaan. Ik ga schrijven. En als ik iets niet zeker weet dat ik moet opzoeken? Dan schrijf ik die notities op en ga ik vanavond op zoek op de digitale snelweg. Vanmiddag is het tijd voor focus.

Liefs,

Joyce

Boekenbal 2014: een reis naar de oorsprong van de mythe

Schrijvers schrijven boeken. Uitgevers geven ze uit, marketingmensen zorgen ervoor dat het publiek de nieuwe titels kent, critici kraken die vervolgens af of prijzen ze de hemel in en verkopers zorgen ervoor dat het boek in de (virtuele) winkels wordt aangeboden. Maar, crisis of niet in het boekenvak, een keer per jaar gaat de ‘nerdenbranche’ los in de Stadsschouwburg en mag alle frustratie of succes van het afgelopen jaar worden weggespoeld of gevierd: met drank, beats en een outfit die afwijkt van het dagelijkse schrijverskloffie. Dan is het Boekenbal.

Als auteur in de dop en later debutant heeft zo’n Boekenbal iets magisch. Het idee dat het bal ‘het feest van het jaar’ is, wordt ook van alle kanten op die manier gevoed en bevestigd, door hen die het als veteraan kunnen weten en door de nieuwelingen die graag onderdeel willen zijn van het sprookje. Dus als je het rooskleurig zou bekijken, verwacht je het volgende: een prachtige locatie, geoliede bars, een arsenaal aan obers dat galant rondgaat met glazen alcoholisch vocht en stralende boekenmensen die zich voor de gelegenheid op hun Paasbest hebben uitgedost, dansend op de zoete klanken van het huisorkest en losgaand op mixen van gerenommeerde DJ’s die badend in mooi licht de schouwburg in vuur en vlam zetten. Hier blijken feit en fictie door elkaar te lopen.

In werkelijkheid wacht je met je hakken in de tramrails in lange rijen voor je naar binnen mag, zijn de gangen van de schouwburg overbevolkt, stijgt het kwik tot wat het KNMI een tropische dag zou noemen, ben je minstens een half uur van je leven en een aantal zelf betaalde muntjes kwijt voor één drankje (en sta je dus de helft van de avond in de rij), hebben de DJ’s hun platenkoffer na de jaren zeventig niet meer geüpdatet, heeft driekwart de dresscode niet begrepen of arrogant genegeerd en vloekt het futuristische thema, hoe goed bedoeld ook, pijnlijk met de historische locatie. Oftewel: Nederlandse glamour in optima forma. Een gemiddelde Engelse toerist zou er zijn neus voor ophalen.

En toch is dat niet erg: want iedereen die binnen is, hoort er voor die avond bij. Schuifelend door de gangen en kijkend in het ene na het andere bekende gezicht, is iedereen op jacht. Als onvervalste ‘auteurs van lichte zeden’ wordt er gehengeld naar erkenning en blijkt de flits van de camera de heilige graal. Gestreeld willen we worden, voordat we ons weer een jaar opsluiten op die eenzame kamers. Op het Boekenbal hoef je niet bescheiden te zijn en geven auteurs (waarin de pikorde strikt wordt gehanteerd) zonder uitzondering toe aan de roep van het zien en gezien worden. Het Boekenbal is, zeker met de haghtag Boekenbal, het enige netwerkevent dat er werkelijk toe doet en dankzij sociale media alleen nog maar belangrijker wordt.

Of schrijvers echt kunnen feesten? Natuurlijk niet. Of er zware roddels te vermelden zijn en liederlijke, middeleeuwse taferelen hebben plaatsgevonden zoals de overlevering doet geloven? Ik heb ze niet gezien (wat overigens niet zegt dat het niet gebeurt). Of het Boekenbal traditie is? Natuurlijk en als je kritisch bent, weinig meer dan dat. Of ik een leuke avond heb gehad? Absoluut.

Wat ik vandaag ga doen? Schrijven aan mijn tweede boek, zodat dit met een beetje geluk tijdens de Boekenweek 2015 in de winkel ligt. Want die marketingkans, die laat je als schrijver natuurlijk niet schieten. Stadsschouwburg, wie weet tot volgend jaar.

Liefs,

Joyce

Schrijfrituelen: ontbijten met opium en vodka martini

Het heersende beeld van schrijvers is dat ze leven als bohemiens. Ze hebben volgens onze 19e-eeuwse romantische fantasieën zelden een vaste verblijfplaats, altijd een vaste slijter en paffen gemiddeld een pakje per dag. Echte auteurs zijn ook anno 2014 geen ‘ordinaire’ broodschrijvers die bijverdienen met een column in de Viva of de VI, maar ‘romanciers’ die leven voor de kunst. Dat is voor sommige zelfs een reden om de pen ter hand te nemen, omdat het zo lekker plakt als imago. Je schrijft immers pas literatuur met hoofdletter als je leeft zoals het antieke beeld doet voorkomen, dan hoor je er bij, dan tel je mee.

In de praktijk heeft iedere schrijver zijn eigen rituelen. Zo stond Ernest Hemingway voor dag en dauw op zodat niemand hem kon storen en sloot Roald Dahl zich op in zijn ‘tuinhuis’ waarin hij vanuit een luie stoel schreef gehuld in een slaapzak. Balzac dronk vijftig koppen koffie per dag terwijl W.H. Auden zichzelf rond dat tijdstip beloonde met wodka martini’s. De dames zoeken het eerder buitenshuis: J.K. Rowling rondt haar boeken het liefst af in een hotelkamer waar ze roomservice bestelt, Marion Pauw vertoeft graag in New York en Saskia Noort maakt meters in haar huis op Ibiza. Marcel Proust hield er een heel bijzondere werkhouding op na: hij kwam pas laat in de middag zijn bed uit en ontbeet met een shot opium en een paar croissants.

Toch zijn deze ‘bourgondische’ manieren van leven lang niet altijd indicatoren voor succes. De meeste schrijvers zijn eerder gebaat bij het ouderwetse: rust, reinheid en regelmaat. Ze hebben vaak een baan die hun regelmaat biedt en sparen de zeldzame vrije uurtjes naast hun baan en kinderen op om zichzelf op te sluiten in een kamertje. Ze proberen zonder zeezicht, roomservice, toverpoeder en geestverruimende middelen om met een pc en een ijzeren zelfdiscipline tot magie te komen. En om het jezelf wat comfortabeler te maken zorgt de een voor een wijntje en de ander voor een pot thee, de een voor een sigaret en de ander voor chocola.

Ik merk nu dat ik vooral omstandigheden probeer na te bootsen van de periode waarin ik goed vooruit kwam met Spotlight. De verwarming gaat aan, er gaan liters kamillethee doorheen en er brandt iedere keer een (biologische) kaars. Er ligt zelfs een ‘inspiratiesteen’ op mijn bureau die ik ooit meebracht uit Ibiza en die de vorige keer ‘hielp’.

Kom je er echt een keer niet uit, dan is er volgens de wetenschap slechts een oplossing die echt werkt: maak een wandeling. Contact met de natuur en de vaste cadans van je voetstappen zorgen voor een verhoogde productiviteit en kundigheid bij creativiteit. Succes gegarandeerd dus. En ach, als dat niet werkt, kun je altijd nog aan de opium of vodka martini’s gaan, toch ;). Ik hou van vaste tijden op vaste plekken, van regelmaat en ritme, van de kracht van herhaling. Hoe ziet jouw schrijfritueel er uit? Wanneer werk jij het best?

Liefs,

Joyce