15 manieren om je schrijfproductiviteit te vergroten

Schrijven doen we graag, maar het liefst willen we toch in zo’n kort mogelijke tijd naar een bestseller toe werken. Toch verliezen we vaak veel tijd tijdens het schrijven. Waarom? Soms zijn we bang, moe of ‘hebben we geen tijd’ om serieus aan de slag te gaan. Op andere momenten begin je vol goede moed, maar merk je al snel dat je niet vooruit komt. Dit kun je voorkomen. Hoe? Dat lees je in de onderstaande 15 tips.

Ben jij net zo productief als je zou willen? Met deze checklist kom je erachter!

1. Wees je interne criticus voor en doe het meest belangrijkste als eerste
Veel schrijvers zweren erbij: schrijf zo vroeg mogelijk op de dag, liefst als je net wakker bent. Sommigen staan er zelfs eerder voor op. Natuurlijk hoef je niet op zaterdagochtend om 6 uur je bed uit om het beste uit je schrijfdag te halen, maar als je kunt schrijven vóór je iets anders gaat doen (zelfs voor het douchen of het ontbijt), dan heb je daar de hele dag plezier van. Waarom? Je kritische brein heeft even nodig om wakker te worden. Door die interne criticus geen kans te geven, schrijf je ‘s ochtends gemakkelijker door en erger je je niet aan kleine fouten.

2. Schrijf met een timer op de achtergrond
Ik ben een groot van van de Pomodoro-techniek. Dit houdt in het kort in dat je in korte sessies heel gefocust werkt. De standaard pomodoro tijd is 25 minuten werken en 5 minuten pauze, waarna je met een tweede sessie begint, maar je kunt die tijdstippen natuurlijk net zo makkelijk verlengen tot jouw gewenste concentratietijd. In die 25 minuten doe je niets anders dan schrijven: geen email, geen Facebook, geen internet, zelfs geen push-ups of pauzes voor koffie of thee. Je kunt kiezen voor een Pomodoro App op je telefoon of op je laptop/pc, maar natuurlijk ook voor een ouderwetse eierwekker, zolang je maar iedere afleiding vermijdt zolang de timer loopt. Erger je je aan het getik? Via de app kun je het geluid ook uitzetten (het gaat pas af wanneer de tijd verstreken is). Ik merk dat het getik juist stimulerend werkt, als een soort Pavlov-effect: tikt de wekker, dan weet ik wat me te doen staat.

3. Beloon jezelf!
Heb je je doel behaald en je Pomodorosessie succesvol afgerond of je woorddoel van de dag behaald? Beloon jezelf dan met iets dat je leuk vind (denk aan surfen over het internet, het zetten van een kop verse koffie of het checken van je Facebook). Let op: zet ook hier weer de timer, anders ben je jezelf een uur later nog steeds aan het belonen ;-).

4. Vergeef jezelf!
Natuurlijk, het is fijn wanneer je probleemloos je doel behaalt, maar dat lukt niet altijd. Soms haal je, om welke reden dan ook, een dag niet het resultaat dat je voor ogen had. Dat gebeurt ons allemaal! In plaats van jezelf stenigen en de grond in praten hierover, werkt het veel beter om dat te accepteren en de volgende dag weer met goede moed aan de slag te gaan.

5. Maak een schrijf to-do list, iedere dag
Net als iedere andere activiteit in je leven, krijg je veel meer gedaan als je er ook een plan voor maakt. Er zijn honderden speciale apps of websites voor to do-lists zoals Wunderlist en Trello (mijn favoriet) die synchroniseren tussen al je schermen, maar een papiertje naast je laptop doet het even goed. Welke methode je ook kiest (digitaal of op papier), zorg ervoor dat je een dag- en een weekplan maakt, dan weet je waar je naartoe moet werken en zul je jezelf eerder pushen om die doelen te halen.

6. Zorg voor inspiratie
Schrijvers schrijven beter als ze omringd zijn door interessante (inhoud) en mooie (vorm) zaken. Dus zorg ervoor dat je geïnspireerd blijft: wandel meer en kijk om je heen, lees veel boeken, kijk goede films, luister naar muziek, ga naar concerten of theaters: dit is geen uitstelgedrag, op die momenten zorg je ervoor dat je ‘creatieve waterput’ gevuld blijft.

7. Kies je prioriteiten
Hoe suf het ook klinkt, om iets gedaan te krijgen, moet je weten wat je prioriteiten zijn: wat vind je echt belangrijk? Als je een schrijver wil zijn, zorg er dan voor dat je ook de tijd vrij maakt die het verdient. Als je je werk iedere dag vooruit schuift, word je geen schrijver. Je word schrijver door te schrijven, iedere dag een beetje. (Oefening voor als je dit moeilijk vindt: maak eens een lijst van de 10 activiteiten die belangrijk voor je zijn, waar zou je je tijd aan willen besteden of moeten besteden om je gewenste resultaat te halen? Maak daarna een lijst van de 10 activiteiten waar je de meeste tijd aan besteed. Komt deze lijst overeen dan zit je goed. Is dat niet het geval, kijk dan in de tweede lijst welke activiteiten je wilt vervangen door ontbrekende activiteiten van de eerste lijst. Zo kijk je misschien al gauw 15 uur per week ongemerkt tv, terwijl je daar ook makkelijk 10 van aan schrijven kunt besteden.)

8. Een leeg bureau en scherm doen wonderen
Hoe chaotisch je ook bent, je geest voelt zich het meest prettig bij een leeg (of op zijn minst opgeruimd) bureau. Een verhaal/boek schrijven is een ingewikkeld proces waarin je veel van je geest vraagt. Daarom is het belangrijk dat je zo min mogelijk afleiding en zoveel mogelijk overzicht hebt om je geest zijn werk te laten doen. Datzelfde geldt voor je bureaublad: hoe meer afleidende documenten in beeld, hoe makkelijker je afgeleid bent. De meeste schrijfprogramma’s zoals bijvoorbeeld Scrivener (mijn favoriet, waar ik mijn boeken in schrijf), maar ook een programma als Word heeft een modus waarin je alleen je letters in beeld ziet, zonder afleidende werkbalken. Kies tijdens altijd voor deze modus, dan is er niets dat je afleidt van je taak.

9. Breek grote taken op in kleine porties
Een schrijfproject is vaak een hele klus waar je niet zomaar mee klaar bent. Om ervoor te zorgen dat je de hoop niet bij voorbaat opgeeft of tussendoor vast komt te zitten omdat de rest van het werk als een berg op je afkomt, helpt het om taken op te knippen in kleinere porties. Zo kun je het schrijven van een fictieboek opknippen in: een thema kiezen, research doen, de personages verzinnen, de ruimte beschrijven en een outline schrijven. Vervolgens kies je ervoor om elke schrijfsessie een subdoel te hebben, bijvoorbeeld: een hoofdstuk of een aantal woorden per keer. Heb je die gehaald, kies je een nieuw subdoel.

10. Knip je taken op: eerst denken, dan schrijven
De tip die mijn productiviteit het afgelopen jaar het meest heeft ‘geboost’, is ‘eerst denken, dan schrijven’. Denken en schrijven, zijn namelijk processen die zich in twee verschillende hersenhelften afspelen. Door tussen het schrijven door steeds te denken, moeten je hersenen switchen tussen de twee helften: dat kost tijd en haalt je productiviteit omlaag. Wil je dus meer productiviteit? Denk van te voren na wat je wilt schrijven, doe je research en start met schrijven als je al weet wat er moet komen.

11. Blokkeer internet tijdens je schrijfsessie
Aangezien je je research al gedaan hebt, kun je deze smoes tijdens het schrijven niet meer gebruiken om toch je internet open te klikken. Wil je jezelf helpen, blokkeer dan je meest afleidende websites voor een de periode dat je schrijft. Op je laptop kan dat bijvoorbeeld door de website Cold Turkey te gebruiken. Deze site helpt je door de meest afleidende websites te blokkeren voor de tijd die jij ingeeft. Succes verzekerd ;-).

12. Eerst schrijven, dan herschrijven
Die innerlijke criticus: de een kan hem uitschakelen, de ander niet. Ik vind het zelf heel moeilijk en ben geneigd om iedere zin terug te lezen voor de (digitale) inkt droog is en ga direct aanpassen. Dat is een fijne tactiek, maar het draagt niet bij aan je productiviteit. Wil je meer doen in dezelfde tijd, kies er hier dan ook voor om processen te scheiden: eerst schrijven en pas als dat klaar is, herschrijven…mits je innerlijke criticus dat toelaat dan ;-).

13. Check email handmatig
Wat? Ja, dat kan. Als je kijkt naar je emailbox, dan is die vaak zo ingesteld dat alle emailtjes automatisch worden binnengehaald (of iedere 1 of 5 minuten). In het slechtste geval krijg je daar ook nog een akoestische of zichtbare melding van. Daar gaat je focus! Wil je tijd besparen, zet die automatische functie om emails binnen te halen dan uit en kies voor handmatig. Dan word je niet meer afgeleid door piepjes of oplichtende schermen en is er geen mail die je hoeft te checken tot je dat, na je schrijfsessie, weer zelf actief doet.

14. Lees meer boeken
Lezen terwijl je schrijft, kan een frustrerende bezigheid zijn: je leest zo’n goed boek dat je denkt dat je eigen werk niets meer waard is of je leest slechte boeken en wordt daardoor beinvloedt: allebei niet fijn. Toch is lezen terwijl je schrijft een aanrader. Waarom? Het zorgt ervoor dat die creatieve bronnen gevuld blijven en is een van de effectieve manieren om te relaxen. Toch bang voor te veel positieve of negatieve kruisbestuiving? Lees dan een ander genre dan je zelf schrijft.

15. Baaldag: ga voor de mini-sessie
Je kent het wel: je hebt dagen dat je echt niet wil beginnen, geen inspiratie hebt of er simpelweg de tijd niet voor vindt. Dan is de kans groot dat je je schrijfsessie helemaal overslaat. Geen goed idee, want overslaan zorgt ervoor dat opstarten de volgende keer nog moeilijker is. Hoe kan het wel? Schrijf de maximale tijd die je vrij kunt en wilt maken, al is het maar 5 minuten. Duik voor 5 minuten in je verhaal en stop dan, zelfs als er slechts één zin op papier staat. Zo kun je morgen weer gemakkelijker aan de slag.

Deze tips hebben allemaal te maken met drie dingen: focus, het verkleinen van je taken (en ze dus behapbaar maken) en het vormen van een gewoonte. Door een gewoonte te creëren met schrijven, zorg je ervoor dat je je comfortabel voelt in die situatie en als je je comfortabel voelt, wordt productief schrijven een stuk gemakkelijker. Write on!

Liefs,

Joyce

Wachten is het einde

Ik hou niet van wachten. En als ik zo om me heen kijk – meestal tijdens het wachten – dan ben ik niet de enige. Wachten is tijdsverspilling, wachten is saai, wachten is een vacuüm waar we niet in terecht willen komen. Daarom checken we het weer (op onze smartphone), appen we met vrienden (op onze smartphone), sturen we nog gauw een mailtje dat was blijven liggen (op onze smartphone), schrijven we een boodschappenlijstje (op onze smartphone) en laven we ons aan het laatste sterrennieuws (op onze smartphone). Dankzij onze telefoon hoeven we nooit meer te wachten. Alles gaat altijd door. Met welk project je ook bezig bent, welke radiozender, podcast of interview je ook wilt beluisteren: wachten hoeft niet meer nu er zoveel dingen altijd en overal beschikbaar zijn om te doen…tijdens dat wachten.

En daar begint het probleem. Als dat vervelende wachten aan zijn eind komt, geldt hetzelfde voor ons. Voor ik ’s ochtends mijn lenzen in heb, tuur ik door mijn bril naar Facebook, Twitter en mijn mail. Loop ik naar de trein, dan beluister ik of Giel nog iets leuks te melden heeft, in de trein zet ik een TedEx filmpje op dat precies even lang duurt als de reis (joy!) en op het moment dat ik het station bereik waar ik uitstap bel ik door mijn headset en wordt er aan de andere kant steevast geklaagd over ruis en wind op de achtergrond. Eenmaal op kantoor start ik mijn pc op. Dat duurt zo lang dat ik niet achter het scherm plaatsneem voor de juiste inlogschermen verschijnen, maar tussen het inloggen door hang ik mijn jas op, open ik de ramen, zet ik thee, praat ik met de poetsvrouwen op kantoor, maak ik alvast een to do lijst en check ik wederom mijn telefoon om mijn tijd als gevangen wachtende maar zo compleet mogelijk in te richten.

Het geval van al dat efficiënte gedoe is dat ik niet herstel. Er is nauwelijks tijd voor reflectie tijdens een dag, er is geen ruimte voor nieuwe ideeën, geen moment om eens om je heen te kijken of te ervaren. De uitdrukking ‘wait en see’ lijkt op een gewone doordeweekse dag op science fiction. En dat terwijl er weinig belangrijker is voor een schrijver dan dat tweede: ‘see’. Dus het wordt tijd dat mijn telefoon in mijn tas laat als ik loop, eens naar mijn omgeving kijk op het perron en eens simpel een stukje wandel zonder dat te combineren met iets anders. Pas dan zie je de voordelen van dat vacuüm in, want dat vervelende wachten is in werkelijkheid het einde.

Liefs,

Joyce

Fatal distraction

Het grootste voordeel van schrijven in de 21e eeuw (en leven in het algemeen) is het bestaan van internet. Dit magische medium weet alles en vertelt het je in een handomdraai. Wil je weten wat er in een sterrenrestaurant op het menu staat? Een druk op de knop en de meest actuele kaart verschijnt op je scherm. Hoe lang het lopen is van het station naar de bioscoop? Googlemaps vertelt het je in een handomdraai. Hoe je het beste wiet kan kweken, op welke manier je een XTC-lab in elkaar zet of welke pillen het meest effectief zijn tegen erectieproblemen: even browsen en de antwoorden verschijnen automatisch op je scherm. Kortom: het altijd beschikbare internet is de hemel voor de luie schrijver die er niet aan moet denken om bibliotheken af te struinen, apotheken te bellen met genante vragen onder het motto van ‘research’ of langs te gaan in schimmige kroegen. Je krijgt meer informatie dan je vroeg en een groot deel van de overbodige nieuwe kennis leidt weer tot nieuwe verhaallijnen. Kortom: ik zou niet willen ruilen met Charlotte Brontë, Charles Dickens of recenter Harrie Mulisch. Het is verbazingwekkend dat die mensen überhaupt nog tijd overhielden om te schrijven.

En toch is het internet op dit moment mijn grootste vijand. Want juist in die constante beschikbaarheid schuilt het gevaar. Mijn verslaving begint al in bed, luttele seconden na het openen van mijn ogen is het eerste waar ik naar reik mijn bril en het tweede de telefoon. Niet om te kijken hoe laat het is, maar om te checken wat de rest van de wereld op dat uur van de dag doet. En niet te vergeten al die uren dat ik in dromenland was. Want stel je voor je zou iets missen. En hoewel het me weinig uitmaakt of Kim Kardashian nu wel of niet zwanger is, wat mijn facebookvrienden als ontbijt hebben gegeten of hoeveel kilometer ze hebben hardgelopen nog voor de zon op was…ik absorbeer het als een uitgedroogde spons. Natuurlijk boeit het me niet of Barack het werkelijk ‘truly gezellig’ vond bij Mark en hoe erg ook, het conflict op de Krim of in Syrië is op geen enkele manier van invloed op mijn luxe dagelijkse bestaan. Het vervelende van al dat nieuws en die vergaarde kennis is dan ook dat je er niks mee kan doen. Het is fastfood voor je hersenen, in kant en klare bits en bites aangeleverd, om vervolgens als lege calorieën opgeslagen te worden in je hersenen.

De uitdaging nu is dan ook om te singletasken en om eens iets af te maken voor je vingertoppen, puur uit gewoonte afdwalen naar andere apps of websites. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik blijf het lastig vinden om op deze manier mijn productiviteit te verhogen. Gelukkig helpt het goede weer. Na de lunch is het warm genoeg in de tuin en hoewel ons tuinhuis van alle gemakken voorzien is, mist er een vitaal onderdeel dat nog wel eens mijn zegen kan zijn: Wifi. Zolang ik mijn telefoon en iPad in de keuken laat liggen, kan er vanmiddag niets mis gaan. Ik ga schrijven. En als ik iets niet zeker weet dat ik moet opzoeken? Dan schrijf ik die notities op en ga ik vanavond op zoek op de digitale snelweg. Vanmiddag is het tijd voor focus.

Liefs,

Joyce

Boekenbal 2014: een reis naar de oorsprong van de mythe

Schrijvers schrijven boeken. Uitgevers geven ze uit, marketingmensen zorgen ervoor dat het publiek de nieuwe titels kent, critici kraken die vervolgens af of prijzen ze de hemel in en verkopers zorgen ervoor dat het boek in de (virtuele) winkels wordt aangeboden. Maar, crisis of niet in het boekenvak, een keer per jaar gaat de ‘nerdenbranche’ los in de Stadsschouwburg en mag alle frustratie of succes van het afgelopen jaar worden weggespoeld of gevierd: met drank, beats en een outfit die afwijkt van het dagelijkse schrijverskloffie. Dan is het Boekenbal.

Als auteur in de dop en later debutant heeft zo’n Boekenbal iets magisch. Het idee dat het bal ‘het feest van het jaar’ is, wordt ook van alle kanten op die manier gevoed en bevestigd, door hen die het als veteraan kunnen weten en door de nieuwelingen die graag onderdeel willen zijn van het sprookje. Dus als je het rooskleurig zou bekijken, verwacht je het volgende: een prachtige locatie, geoliede bars, een arsenaal aan obers dat galant rondgaat met glazen alcoholisch vocht en stralende boekenmensen die zich voor de gelegenheid op hun Paasbest hebben uitgedost, dansend op de zoete klanken van het huisorkest en losgaand op mixen van gerenommeerde DJ’s die badend in mooi licht de schouwburg in vuur en vlam zetten. Hier blijken feit en fictie door elkaar te lopen.

In werkelijkheid wacht je met je hakken in de tramrails in lange rijen voor je naar binnen mag, zijn de gangen van de schouwburg overbevolkt, stijgt het kwik tot wat het KNMI een tropische dag zou noemen, ben je minstens een half uur van je leven en een aantal zelf betaalde muntjes kwijt voor één drankje (en sta je dus de helft van de avond in de rij), hebben de DJ’s hun platenkoffer na de jaren zeventig niet meer geüpdatet, heeft driekwart de dresscode niet begrepen of arrogant genegeerd en vloekt het futuristische thema, hoe goed bedoeld ook, pijnlijk met de historische locatie. Oftewel: Nederlandse glamour in optima forma. Een gemiddelde Engelse toerist zou er zijn neus voor ophalen.

En toch is dat niet erg: want iedereen die binnen is, hoort er voor die avond bij. Schuifelend door de gangen en kijkend in het ene na het andere bekende gezicht, is iedereen op jacht. Als onvervalste ‘auteurs van lichte zeden’ wordt er gehengeld naar erkenning en blijkt de flits van de camera de heilige graal. Gestreeld willen we worden, voordat we ons weer een jaar opsluiten op die eenzame kamers. Op het Boekenbal hoef je niet bescheiden te zijn en geven auteurs (waarin de pikorde strikt wordt gehanteerd) zonder uitzondering toe aan de roep van het zien en gezien worden. Het Boekenbal is, zeker met de haghtag Boekenbal, het enige netwerkevent dat er werkelijk toe doet en dankzij sociale media alleen nog maar belangrijker wordt.

Of schrijvers echt kunnen feesten? Natuurlijk niet. Of er zware roddels te vermelden zijn en liederlijke, middeleeuwse taferelen hebben plaatsgevonden zoals de overlevering doet geloven? Ik heb ze niet gezien (wat overigens niet zegt dat het niet gebeurt). Of het Boekenbal traditie is? Natuurlijk en als je kritisch bent, weinig meer dan dat. Of ik een leuke avond heb gehad? Absoluut.

Wat ik vandaag ga doen? Schrijven aan mijn tweede boek, zodat dit met een beetje geluk tijdens de Boekenweek 2015 in de winkel ligt. Want die marketingkans, die laat je als schrijver natuurlijk niet schieten. Stadsschouwburg, wie weet tot volgend jaar.

Liefs,

Joyce

Schrijfrituelen: ontbijten met opium en vodka martini

Het heersende beeld van schrijvers is dat ze leven als bohemiens. Ze hebben volgens onze 19e-eeuwse romantische fantasieën zelden een vaste verblijfplaats, altijd een vaste slijter en paffen gemiddeld een pakje per dag. Echte auteurs zijn ook anno 2014 geen ‘ordinaire’ broodschrijvers die bijverdienen met een column in de Viva of de VI, maar ‘romanciers’ die leven voor de kunst. Dat is voor sommige zelfs een reden om de pen ter hand te nemen, omdat het zo lekker plakt als imago. Je schrijft immers pas literatuur met hoofdletter als je leeft zoals het antieke beeld doet voorkomen, dan hoor je er bij, dan tel je mee.

In de praktijk heeft iedere schrijver zijn eigen rituelen. Zo stond Ernest Hemingway voor dag en dauw op zodat niemand hem kon storen en sloot Roald Dahl zich op in zijn ‘tuinhuis’ waarin hij vanuit een luie stoel schreef gehuld in een slaapzak. Balzac dronk vijftig koppen koffie per dag terwijl W.H. Auden zichzelf rond dat tijdstip beloonde met wodka martini’s. De dames zoeken het eerder buitenshuis: J.K. Rowling rondt haar boeken het liefst af in een hotelkamer waar ze roomservice bestelt, Marion Pauw vertoeft graag in New York en Saskia Noort maakt meters in haar huis op Ibiza. Marcel Proust hield er een heel bijzondere werkhouding op na: hij kwam pas laat in de middag zijn bed uit en ontbeet met een shot opium en een paar croissants.

Toch zijn deze ‘bourgondische’ manieren van leven lang niet altijd indicatoren voor succes. De meeste schrijvers zijn eerder gebaat bij het ouderwetse: rust, reinheid en regelmaat. Ze hebben vaak een baan die hun regelmaat biedt en sparen de zeldzame vrije uurtjes naast hun baan en kinderen op om zichzelf op te sluiten in een kamertje. Ze proberen zonder zeezicht, roomservice, toverpoeder en geestverruimende middelen om met een pc en een ijzeren zelfdiscipline tot magie te komen. En om het jezelf wat comfortabeler te maken zorgt de een voor een wijntje en de ander voor een pot thee, de een voor een sigaret en de ander voor chocola.

Ik merk nu dat ik vooral omstandigheden probeer na te bootsen van de periode waarin ik goed vooruit kwam met Spotlight. De verwarming gaat aan, er gaan liters kamillethee doorheen en er brandt iedere keer een (biologische) kaars. Er ligt zelfs een ‘inspiratiesteen’ op mijn bureau die ik ooit meebracht uit Ibiza en die de vorige keer ‘hielp’.

Kom je er echt een keer niet uit, dan is er volgens de wetenschap slechts een oplossing die echt werkt: maak een wandeling. Contact met de natuur en de vaste cadans van je voetstappen zorgen voor een verhoogde productiviteit en kundigheid bij creativiteit. Succes gegarandeerd dus. En ach, als dat niet werkt, kun je altijd nog aan de opium of vodka martini’s gaan, toch ;). Ik hou van vaste tijden op vaste plekken, van regelmaat en ritme, van de kracht van herhaling. Hoe ziet jouw schrijfritueel er uit? Wanneer werk jij het best?

Liefs,

Joyce